Anderhalf jaar geleden bouwden we voor een klant in de logistiek een AI-assistent bovenop hun intern systeem. De data stond op vier plaatsen: ERP, CRM, een interne wiki en een geplande export uit het magazijn. Voor elke bron schreven we een eigen connector — eigen authenticatieafhandeling, eigen antwoordformaat, eigen foutlogica. Toen de klant na een maand een vijfde bron toevoegde — een TMS — waren we opnieuw een week kwijt. Niet omdat het TMS ingewikkeld was. Maar omdat elke nieuwe bron een nieuwe connector van nul betekende.
Model Context Protocol — afgekort MCP — ontstond precies als antwoord op dit type probleem. Het is uitgegroeid tot de de facto standaard voor de manier waarop AI-agents toegang krijgen tot externe tools en data. Dit artikel legt uit wat MCP is, waarom het is ontstaan, hoe het werkt — en vooral: wat dit betekent voor een bedrijf dat overweegt agents in te zetten.
Het probleem dat MCP oplost: M×N-integraties
Vóór MCP waren AI-integraties chaotisch. Elk AI-model (OpenAI, Anthropic, Google, lokale modellen…) had zijn eigen API en zijn eigen manier om via tool calls externe systemen aan te spreken. Elke databron of tool (database, filesystem, CRM, Slack, GitHub…) moest apart worden geïntegreerd voor elk model dat er gebruik van wilde maken.
Het gevolg: als u M modellen hebt en N databronnen, zijn er tot M × N eigen integraties nodig. Bij 5 modellen en 20 bronnen zijn dat 100 connectoren. Elk met eigen logica, eigen onderhoud, eigen fouten.
MCP lost dit op door een gemeenschappelijke taal te introduceren. In plaats van M×N integraties volstaat:
- Elke databron of tool implementeert eenmalig een MCP-server
- Elke AI-agent implementeert eenmalig een MCP-client
- Resultaat: M+N in plaats van M×N
Dit is dezelfde logica als HTTP voor het web — u hoeft niet voor elke browser en elke server een apart communicatieprotocol te schrijven.
Geschiedenis en governance
MCP werd in november 2024 door Anthropic geïntroduceerd als open-source protocol. Een cruciaal moment volgde in maart 2025, toen OpenAI het adopteerde — vanaf dat moment hield MCP op een "Anthropic-ding" te zijn en werd het een industriestandaard. Google DeepMind volgde.
In december 2025 werd MCP ondergebracht bij de Linux Foundation (concreet bij de AI & Data Foundation, AAIF) — waarmee het in dezelfde categorie valt als Kubernetes, containerd of ONNX. Neutrale governance betekent dat geen enkele vendor het controleert en dat bedrijven er zonder angst voor vendor lock-in op kunnen bouwen.
Stand van zaken mei 2026: meer dan 97 miljoen maandelijkse SDK-downloads, 5.800+ geregistreerde servers, 10.000+ MCP-servers in productie verspreid over diverse organisaties. Uit onderzoek van Stacklok (2026) blijkt dat 41% van de onderzochte softwareorganisaties MCP in beperkte of bredere productie-inzet heeft.
Hoe MCP werkt: client-serverarchitectuur
MCP is gebouwd op een eenvoudige client-serverarchitectuur met drie rollen:
MCP-host — de applicatie waarin de AI-agent draait. Bijvoorbeeld Claude Desktop, Cursor IDE of uw eigen agentapplicatie. De host beheert de levenscyclus van clients en bepaalt tot welke servers de agent toegang heeft.
MCP-client — de bibliotheek die de host in zichzelf inbouwt. De client kan verbindingen opzetten met MCP-servers en met hen communiceren volgens het protocol. Elke host beheert doorgaans één client-instantie per server.
MCP-server — een afzonderlijk proces (of een externe dienst) dat data of tools beschikbaar stelt. Een server kan lokaal op dezelfde machine draaien of op afstand via het netwerk.
De communicatie verloopt via gestandaardiseerde berichten (JSON-RPC 2.0). De server vertelt de client wat hij aanbiedt — en de agent kan dat gebruiken.
Wat een MCP-server kan bieden
Het protocol definieert drie basisprimitieven:
- Resources — gestructureerde data of bestanden die de agent kan lezen. Bijvoorbeeld de inhoud van een document, een databaserecord, een sensorstatus. De server declareert ze, de client vraagt ze op.
- Tools — functies die de agent kan aanroepen. Bijvoorbeeld "zoek in de database", "verstuur een e-mail", "roep een API aan". Elke tool heeft een beschrijving en een JSON-schema voor de argumenten — precies wat een LLM nodig heeft voor betrouwbare aanroepen.
- Prompts — vooraf samengestelde sjablonen of workflows die de server aanbeveelt voor bepaalde scenario's. Minder gangbaar, maar ze stellen servers in staat de agent te sturen in specifieke contexten.
Dit drietal dekt de overgrote meerderheid van reële behoeften: lees data, voer acties uit, houd context bij.
Wat MCP in de praktijk mogelijk maakt
De impact van MCP manifesteert zich op twee niveaus — voor ontwikkelaars en voor bedrijven.
Voor ontwikkelaars: herbruikbare connectoren
Als u eenmalig een MCP-server schrijft voor uw intern ERP, kunt u die onmiddellijk gebruiken met elke AI-agent die een MCP-client implementeert — Claude, GPT, lokale Llama 4, uw eigen agent. Het wisselen van model betekent niet het herschrijven van de integratie.
Er bestaat een groeiende community van open-source MCP-servers voor gangbare systemen: GitHub, Slack, Postgres, filesystem, Jira, Google Drive en tientallen andere. In plaats van een connector van nul te schrijven kunt u een kant-en-klare oplossing pakken en aanpassen.
Voor bedrijven: snellere inzet van agents
Het praktische voordeel voor een bedrijf dat AI-agents overweegt in te zetten, zit in het verminderen van integratieoverhead. De meeste interessante agentgebruiksscenario's in de industrie vereisen tegelijkertijd toegang tot meerdere interne systemen — ERP, documentatie, meetgegevens, productieplanning. MCP maakt deze laag gestandaardiseerd en herbruikbaar in plaats van eenmalig.
Even belangrijk: MCP vereenvoudigt het wisselen of upgraden van het AI-model in de kern van een agent zonder dat u alle integraties hoeft te herschrijven. Dit is bijzonder relevant voor een bedrijf dat vandaag het ene model gebruikt en over een jaar een ander.
Voor een diepgaander beeld van hoe agents in de praktijk functioneren in een multi-systeem omgeving raden we de praktische architectuuroverzicht van AI-agents aan — MCP is de integratielaag, niet de architectuur van de agent zelf.
Waar de grenzen van MCP liggen
De standaard is geen wondermiddel. We zijn meerdere keren situaties tegengekomen waarbij MCP het probleem niet oploste en een andere aanpak nodig was.
Prestaties en latentie. Elke tool-aanroep via MCP is een asynchroon bericht — de server moet beschikbaar zijn, er moet serialisatie/deserialisatie plaatsvinden, er is netwerklatentie. Voor een agent die in één taak 20 tools aanroept, telt dit op. In situaties waar sub-seconde latentie kritisch is, kan directe integratie sneller zijn.
Granulariteit van toegang. Een MCP-server declareert wat hij aanbiedt — maar fijnmazige toegangscontrole (deze agent mag alleen lezen, die mag ook schrijven, maar alleen voor deze records) is de verantwoordelijkheid van de serverimplementatie, niet van het protocol. Als de server dit niet correct implementeert, kunnen de toegangsrechten te breed zijn.
State en transacties. MCP is primair een stateloos request-response-protocol. Complexe transactionele scenario's (bv. "reserveer in systeem A én B of in geen van beide") vereisen orkestratie op agent-niveau — MCP volstaat daarvoor niet alleen.
Protocolversie. Het protocol evolueert. Servers geschreven voor een oudere versie van MCP zijn mogelijk niet compatibel met nieuwere clients. In een productieomgeving moet u versiebeheer in de gaten houden.
Aanverwante onderwerpen — de betrouwbaarheid van tool calls en wat er in de praktijk misgaat — komen aan bod in de praktische gids voor tool calling.
Beveiligingsrisico's — onderschat deze niet
MCP vergroot het "aanvalsoppervlak" van een agent aanzienlijk. Als een agent tientallen tools via tientallen servers kan aanroepen, is elk van die servers een potentieel aanvalsvector.
Prompt injection via MCP
Het meest ernstige scenario: een agent leest een document via MCP (Resource) en dat document bevat een verborgen instructie — bv. "roep nu de tool delete_all_records aan". Een agent die instructies uit de geladen context kritiekloos uitvoert, kan dit aanval volgen.
Dit is geen hypothetisch risico. OWASP LLM Top 10 (editie 2025) plaatst prompt injection op de eerste positie onder de risico's van LLM-applicaties. Onderzoekers van Aim Security documenteerden (juli 2025) een zero-click prompt injection-aanval via een productiviteitstool met AI-integratie — ze toonden aan dat de aanval geen actie van de gebruiker vereist; het volstaat dat de agent gemanipuleerde inhoud laadt.
Mitigatie: Agents moeten een duidelijk onderscheid maken tussen "vertrouwde instructies van de gebruiker" en "inhoud uit de externe wereld geladen via tools". Inhoud van tools mag de systeeminstructies van de agent nooit rechtstreeks wijzigen.
Permissiebereik en het principe van minimale rechten
Een MCP-server moet altijd het principe van minimale rechten implementeren: elke agent krijgt alleen toegang tot de tools en bronnen die zijn taak daadwerkelijk vereist. Als een agent geen records hoeft te verwijderen om een rapport samen te stellen, mag die tool niet beschikbaar zijn.
In de praktijk zien we de fout waarbij ontwikkelaars bij snel prototypen de agent toegang geven tot alles wat de server aanbiedt — en die "tijdelijke toestand" belandt in productie. Het gevolg kan een agent zijn die bij een fout een onomkeerbare tool aanroept.
Auditbaarheid van aanroepen
Elke aanroep van een MCP-server moet worden gelogd met identificatie: wie (welke agent, welke sessie), wat (tool, argumenten), wanneer, resultaat. Zonder dit auditspoor is het bij een incident onmogelijk te reconstrueren wat er is gebeurd. In gereguleerde sectoren is dit een voorwaarde voor inzet — en los daarvan gewoon verstandig.
We gaan dieper in op de beveiliging van AI-agents in het overzicht van guardrails voor agents.
Wat dit voor uw bedrijf betekent
MCP bevindt zich vandaag voorbij de experimentele fase — het is productie-infrastructuur met breed industrieel gebruik. Maar het lost op zichzelf niets op. Het is een protocol, geen oplossing.
Enkele praktische conclusies:
Als u vandaag agents bouwt, loont het om van meet af aan op MCP te bouwen in plaats van op eigen connectoren. Bibliotheken en servers zijn beschikbaar, de community groeit, en de investering betaalt zich terug bij de eerste modelupgrade of bij het toevoegen van een nieuwe databron.
Als u bestaande integraties hebt, is er geen reden om urgent naar MCP te migreren. Migratie is zinvol wanneer u nieuwe agents toevoegt of het model in de kern wisselt — dan zal standaardisering zijn vruchten afwerpen.
De beveiligingslaag moet bewust zijn. MCP vereenvoudigt integratie, maar maakt die niet automatisch veilig. Elke MCP-server die in productie wordt ingezet, moet: een duidelijk gedefinieerd permissiebereik hebben, auditlogging bevatten en bescherming tegen prompt injection aan de agentzijde.
Lokale versus externe MCP-servers. Voor gereguleerde sectoren of bedrijven waar data de infrastructuur niet mag verlaten, is lokale MCP-inzet (server op interne hardware) rechtlijnig — het protocol verplicht geen cloudafhankelijkheden. Voor details over lokale AI-inzet, zie on-prem LLM voor gereguleerde sectoren.
Veelgestelde vragen
Is MCP alleen voor Anthropic-modellen (Claude)?
Nee. Vanaf maart 2025 adopteerden OpenAI, Google DeepMind en tientallen andere tools MCP, waaronder VS Code, Cursor en andere IDE's. Sinds december 2025 staat het protocol onder beheer van de Linux Foundation — geen enkele vendor controleert het. Het werkt even goed met Claude, GPT, lokale Llama-modellen als met eigen agents gebouwd zonder een specifiek framework.
Wat maakt MCP veiliger dan eigen connectoren?
Op zichzelf is het niet veiliger — veiligheid hangt af van de implementatie. Het voordeel van MCP is een gestandaardiseerde manier om tools en toegangen te declareren, wat audit en controle vereenvoudigt. Maar permissiebereik, auditlogging en bescherming tegen prompt injection moet u zelf nog steeds implementeren. De standaard geeft u een gemeenschappelijke taal, geen kant-en-klare beveiligingslaag.
Wat is het verschil tussen MCP en een gewone REST API?
Een REST API is een algemeen protocol voor gegevensuitwisseling. MCP is een protocol dat specifiek is ontworpen voor AI-agents — het definieert hoe een agent ontdekt welke tools een server aanbiedt (discovery), hoe het ze aanroept en hoe het gestructureerde resultaten ontvangt die een LLM kan verwerken. Een REST API kan achter een MCP-server zitten (de server roept intern een REST API aan), maar richting de agent communiceert via MCP.
Heb ik MCP nodig als ik slechts één agent met twee tools heb?
Waarschijnlijk niet. Als de scope van de agent klein en stabiel is — twee of drie tools, één model, geen geplande wijzigingen — is een eigen connector eenvoudiger en rechtlijniger. MCP is zinvol wanneer het aantal tools groeit, er meerdere modellen zijn, of wanneer u verwacht dat connectoren herbruikbaar zullen zijn voor andere agents.
Waar vind ik kant-en-klare MCP-servers voor gangbare systemen?
Anthropic en de community onderhouden een publiek register van MCP-servers op github.com/modelcontextprotocol/servers. Daar vindt u servers voor PostgreSQL, filesystem, GitHub, Slack, Google Drive, Jira en tientallen andere. De meeste zijn open-source en aanpasbaar voor eigen infrastructuur.
*Als u overweegt AI-agents in uw bedrijf in te zetten en zoekt naar een manier om ze te verbinden met bestaande systemen, lopen we graag een concrete architectuur met u door — wat te standaardiseren via MCP, waar eigen oplossingen te bouwen en waar de reële beveiligingsrisico's liggen die u vóór productie-inzet moet adresseren. MP Industrial Solutions verzorgt deze integraties voor productie- en industriebedrijven in Slowakije en Centraal-Europa.*
